Na het verschijnen van de Origin, in 1859, begon Darwin in 1860 met uit- gebreide experimenten met zelfbestuiving en kruisbestuiving bij sleutelbloemen, vlas, kattenstaart, toorts en vele andere soorten. In de periode 1861 – 1868 stuurde hij hierover een vijftal artikelen naar de Linnean Society. Ze behandelden hoe de voortplantingsorganen van twee- en drievormige bloemen op elkaar afgestemd waren en kruisbestuiving door insecten bevorderden.
Zijn onderzoek borduurde voort op het ‘mysterie der mysteriën: Waarom zijn er zoveel soorten en hoe zijn ze ontstaan? In de geleidelijke scheiding van de mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen in twee- en drievormige planten zag hij een tendens tot opsplitsing van een soort in twee nieuwe soorten.
Dat bloemen op sommige planten van bijvoorbeeld de sleutelbloem lange stijlen hadden en in sommige kortere (heterostylie of ongelijkstijligheid) werd door de botanici uit zijn tijd als toevallige variatie beschouwd. Maar Darwin keek verder. Vele honderden kruisingen met verschillende plan- tensoorten werden in zijn tuin en kassen uitgevoerd met als resultaat dat bleek dat bestuiving met de ene combinatie van stuifmeel van lange of korte meeldraden op de stempels van lange of korte stijlen een duidelijk verschil gaf in aantal en kwaliteit van de zaden. Zo kwam hij tot de formulering van ‘wettige’ en ‘onwettige’ kruisingen. Het nut of belang van ongelijkstijligheid was tot dan toe onverklaard. Niemand had er nog op gewezen dat plaatsing van eigen stuifmeel op de stempel van een plant die ‘volledig gezond en in staat is om zaad te zetten’ niet méér effect had dan ‘evenveel anorganische stof ’ (p. 98, dit boek). Een ontdekking die hem dus veel voldoening gaf.
Het was loon naar werken voor Darwin. Om tot resultaat te komen had hij o.a. 20.000 zaadjes van de kattenstaart onder de microscoop zitten tellen (p. 189, dit boek). En jaar na jaar werden planten in zijn tuin onder grote netten opgekweekt waarna Darwin met een penseeltje stuifmeel op de stempels van uitgekozen bloemen aanbracht. Bijen en hommels moesten hierbij geweerd worden, en soms waren deze in zo’n grote getale aanwezig dat hij een derde man nodig had om ze weg te jagen vóór ze de bloemen zouden bestuiven en ‘misschien onherstelbaar kwaad hadden kunnen aanrichten’ (p. 155, dit boek).
DE VERSCHILLENDE BLOEMVORMEN OP PLANTEN VAN DEZELFDE SOORT
APMBoek, 2024. 300 p., met zwartwit-tekeningen.
ISBN 9789083115054 € 24,50
